De briljante Annie Langelaar

Auteur: 
Esther Wouters
Verschenen in Pyramide: 

De briljante Annie Langelaar

 

Er wordt wel eens beweerd dat achter elke wereldberoemde briljante man een even briljante vrouw staat die medeverantwoordelijk is voor zijn succes. Hoe zit dat bij Willem Gehrels en Annie Langelaar?

 

Bij hoeveel mensen zal er een lichtje gaan branden als ze de namen Gunild Keetman, Katalin Forrai of Gerda Alexander horen? Dat zijn er vast minder dan bij het horen van de namen Carl Orff, Zoltán Kodály en Émile Jacques-Dalcroze. Het Orff -Institut dat nog steeds bestaat in Salzburg, is het resultaat van de samenwerking van Orff en Keetman. Katalin Forrai paste het Kodály concept toe op muziekeducatie voor jonge kinderen en sprak erover op conferenties waardoor het internationale bekendheid kreeg. Gerda Alexander doceerde met veel succes de methode van Dalcroze en hielp zodoende mee aan de grote waardering ervan. 

Hoe zit dat met Willem Gehrels en Annie Langelaar, was zij de briljante vrouw achter deze briljante man? In Nederland verrichtten beiden knap pionierswerk; Langelaar voor het muziekonderricht aan de allerjongste leeftijdsgroep, Gehrels voor muzieklessen aan kinderen in de lagere schoolleeftijd.

We gaan even terug in de tijd, het werd 1932 en toen … “aanschouwde” Annie Langelaar Willem Gehrels voor het eerst, zoals zij het zelf noemt 1; zij volgde een volkslied- en stemvormingscursus en daar kwam de 47-jarige Willem Gehrels op bezoek. Het moet indruk hebben gemaakt op de destijds 19-jarige Langelaar want zij had een brandende ambitie om muziekles te gaan geven op school en Willem Gehrels was dé autoriteit op dat vlak.

Bij gebrek aan een opleiding voor muziekdocent werd Langelaar autodidact. In 1934 begon zij met muziekles geven aan een groep kinderen van 6 en 7 jaar oud. In een interview2 vertelt zij: “Ik had geen idee wat te doen […]. Ik zong bijvoorbeeld met deze kleintjes de canon ‘Lachend, lachend, lachend’, eindigend met ‘Ha, ha, ha, ha’. Dat eindigde in een niet meer te stoppen bulderend gelach. Zo leerde ik met vallen en opstaan. […] en dat heeft veel voordelen, je weet dan precies waar alle moeilijkheden zitten omdat je ze eerst zelf hebt moeten overwinnen.”

Langelaar schreef alles op, analyseerde dit met haar studenten en met andere docenten en bouwde zo aan een op ervaring gebaseerde manier van muziekles geven. Willem Gehrels ontwikkelde op een vergelijkbare manier zijn Gehrelsmethode. Na hun eerste ontmoeting duurde het nog vijf jaar eer Langelaar een Gehrelscursus volgde, en dat was een schot in de roos; Gehrels vertelde over zijn ideeën én demonstreerde wat hij bedoelde door met een muziekschoolklas een zangimprovisatie te doen. Langelaar1: “Wat was het kostelijk; en wat wisten wij van improvisatie?!”.

(lees verder onder de afbeelding)

Willem Gehrels. Foto Herbert Behrens/ANEFO; Nationaal Archief
Willem Gehrels. Foto Herbert Behrens/ANEFO; Nationaal Archief

(vervolg)

Korte tijd later gaf zij zelf Gehrelscursussen, werd penningmeester toen op 6 augustus 1945 de Gehrels Vereniging werd opgericht, en verbond zich later aan het Gehrels Instituut.

Met haar ruimhartige inzet van tijd en energie voor de Gehrelsorganisaties droeg zij bij aan het succes daarvan. Maar daarmee was zij nog niet per se de briljante vrouw achter de briljante man; Langelaar en Gehrels werden het op den duur hartgrondig met elkaar oneens over bepaalde aspecten van muziekeducatie voor kleuters, zoals het nut van kleurennotatie voor de kleuters. Langelaar drong er herhaaldelijk op aan dat het Gehrels Instituut ook cursussen aan kleuterleidsters zou geven, maar Gehrels zag het niet zitten, pas in 1960 werd voor het eerst zo’n cursus gegeven. 

Het is interessant om deze discussie te zien in de context van die tijd. Hij – gevestigde orde, tikje ouderwets en dominant, man, liet zich de geuzennaam ‘baas’ graag aanleunen; Zij – aanstormend talent, een generatie jonger, een ‘mejuffrouw’ want zo werden ongetrouwde vrouwen toen aangeduid, zeer bescheiden van aard. Dat zij het heeft aangedurfd tegen Gehrels in te gaan, geeft aan hoe vurig overtuigd zij was van haar zaak.

Het uiteindelijke compromis was dat zij konden leven met hun meningsverschil aangezien de basisprincipes van de Gehrelsmethode wat hen betreft onbetwist overeind bleven.

Langelaar ging haar eigen weg, volgde cursussen over de methodieken van Kodály, Orff en Dalcroze, gaf eigen cursussen, richtte onder ander de stichting Peuter en Muziek op en kreeg veel volgelingen – ook internationaal. In augustus 1990 gaf de Zuid-Afrikaanse Dr. Caroline Niekerk in Finland op een conferentie van ‘The Musical World of The Young Child’ een  lezing over Annie Langelaar en roemde haar grondige pionierswerk.

Over het boek ‘Peuter en Muziek’ zegt zij: “... in my experience of extensive reading in the field of music education for younger children, there is no comparable or equally comprehensive publication available in the English-speaking world. […] The translation of this book is a matter of great importance.

Of die vertaling er ooit komt is de vraag, maar experts zijn het erover eens dat het boek nog altijd bruikbaar is. Was Langelaar de briljante vrouw achter de briljante Gehrels? Misschien. Of misschien was het wel andersom.

Meer over het werk en leven van Annie Langelaar: De Pyramide nr. 67, nr. 4, juli 2013: ‘Annie Langelaar, pionier muziekeducatie met het jonge kind’, Margré van Gestel.

1 ‘Een woord van dank’ van Annie Langelaar bij het verkrijgen van het erelidmaatschap van de Gehrels Vereniging. De Pyramide 38/5, oktober 1984

2 ‘Portret van Annie Langelaar’, interview met Annie Langelaar door Lieneke Schotanus in: Nieuwsbrief Vereniging Peuters en Muziek, 8e jaargang, nr. 3, juli 1996

Esther Wouters is journalist en hoofdredacteur van De Pyramide. Met dank aan: Jan Breimer, Margré van Gestel, Joep van Gurp en Michel Hogenes.

Reacties

Nog even een aanvulling op de tekst. Willem Gehrels en Annie Langelaar hebben zich beiden ingezet voor de muziekeducatie. Maar soms is de expertise die Annie opgedaan had met de kleuters niet meteen toepasbaar of begrijpelijk of..... voor iemand die voornamelijk met 6-12 jarigen werkte. Ook moeten we dit afzetten tegen 'de tijdsgeest' van begin tot de helft van de vorige eeuw. Willen Gehrels schrijft op blz 152 van zijn boek Algemeen Vormend Muziekonderwijs '..dat we hier nog met kleuters te maken hebben. Van eigenlijk leren mag geen sprake zijn, althans niet in een voor hun bewuste vorm'. Even verderop schrijft hij: '..dus brengen we ze op elke mogelijke, doch kinderlijke en voor hen bevattelijke wijze, met muziek in aanraking.'.. Ik denk dat ze het daar helemaal over eens waren. Waar hij het met Annie hartgrondig oneens over was, was over het nut van kleurennotatie voor de kleuters. In het voorwoord van het boek 'Voorbereidend Muziekonderwijs schrijft hij: 'de opmerkzame lezer zal misschien constateren, dat de door haar gewezen weg weleens afwijkt van de mijne. Daarover hoeft niemand zich ongerust te maken. Vele wegen kunnen naar eenzelfde doel leiden. Ten opzichte van de beginselen zijn wij het volkomen eens.' Mooi. Voor mij betekent dat dat er gediscussieerd werd en dat ze zo goed met elkaar door een deur konden dat ze het aandurfden om elkaar te triggeren en een andere zienswijze op tafel te leggen en erover te praten. Knap!! Dat onze visie op wanneer je met muziekeducatie kan beginnen én hoe dat dan kan aan verandering onderhevig is lijkt me een natuurlijk proces en eigenlijk heel wenselijk! Met onze kennis van nu zou ik willen zeggen, zoals Annie dat ook aangaf in haar voorwoord van het boek 'Peuter en Muziek (citaat Kodaly)': Muzikale vorming zou moeten beginnen 9 maanden voor de geboorte, of nog beter, 9 maanden voor de geboorte van de moeder en ze voegt daar de woorden van haar collega Huib Maul aan toe: 9 maanden voor de geboorte van de grootmoeder. Zo zien wij dat in 2020 voortschrijdend inzicht, opgedane ervaringen en nieuwe ontwikkelingen muziekeducatie voor de allerjongsten nog meer 'op de kaart' hebben gezet. Dat kinderen op een speelse en op een, bij hun passende wijze, muziekeducatie zouden moeten krijgen staat als een paal boven water. Ook de uitspraken van zowel Annie als Willem, dat diegene die de kinderen begeleidt in hun muzikale ontwikkeling wel 'enig verstand van zaken dient te hebben', kan ik onderschrijven. Wat dat betreft sluit ik me graag aan bij Willem, bij Annie en bij veel andere muziekpedagogen die hun steentje bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van kwaliteit muziekonderwijs van 0-100!!

Dankjewel voor het aanvullende commentaar! Ik heb het nu aangepast in de tekst. In mijn zoektocht naar gespreksverslagen van de discussies die Annie Langelaar en Willem Gehrels voerden, heb ik niets kunnen vinden. Ook in het archief van het Gehrels Instituut dat nu gedeeltelijk online staat, heb ik niets kunnen vinden over hun inhoudeijke geschillen. Bijvoorbeeld: waarom heeft het zo lang geduurd voordat door het Gehrels Instituut cursussen voor kleuterleidsters (dat waren toen nog allemaal vrouwen heb ik begrepen) werden georganiseerd? Mensen die daar meer over weten: laat je horen, hieronder kun je commentaar toevoegen. Dank alvast.

Reactie toevoegen

Lees ook

Achtergrond
Door Annie Langelaar getekende uitbeelding van het lied 'Schip moet zeilen' (fragment). Bron: Archief Annie Langelaar

Ik herinner me Annie als: musicus, opvoeder, gedreven, uitnodigend, aanmoedigend, perfectionist, vrijwilliger, single, kunstenaar, initiator, planner, bewaarder van ‘van alles en nog wat’ maar altijd stijlvol: een dame. Annie’s erfenis bestaat uit veel meer dan het liedje 'Tsjoeke, tsjoeke, tsjoek' of 'Handen in de zij'.

Interview
Eefje Jansen (l) in gesprek met Lisa en Florrie Gehrels. Jan de Vuijst is buiten beeld. Foto: Tineke Vlaming, 2010

Eefje Jansen en Jan de Vuijst voerden in 2010 een gesprek met Lisa en Florrie Gehrels, de dochters van Willem Gehrels, over hoe hij was als vader, als visionair en als invloedrijke muziekpedagoog.

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwbsrief en ontvang ongeveer zes keer per jaar nieuws over onze artikelen, lessen, en professionaliseringsdagen.