De Canon van het Nederlandse Kinderlied

Auteur: 
Michel Hogenes
Illustraties: 
Winneke Hazewinkel
Verschenen in Pyramide: 

De Canon van het Nederlandse Kinderlied

Het schoolvak Geschiedenis is gebaseerd op de Canon van Nederland. Dit is een lijst van vijftig onderwerpen die samen een chronologische samenvatting geven van de Nederlandse geschiedenis en cultuur. Het biedt een overzicht van wat iedereen op zijn minst daarover zou moeten weten en is daarmee een hulpmiddel voor leerkrachten in het basisonderwijs en geschiedenisdocenten in de eerste twee jaren van het voortgezet onderwijs.

Het woord ‘canon’ is echter ook een muzikale term die betekent dat in een muziekstuk verschillende zangstemmen of instrumenten dezelfde melodie zingen of spelen, beginnend op verschillende momenten.

Door het concept van een geschiedenis- en muziekcanon te combineren, ontstond het idee om een overzicht van vijftig (kinder)liedjes te maken met als doel een (chronologische) samenvatting te geven van liedjes die op Nederlandse basisscholen worden aangeboden*: een Canon van het Nederlandse Kinderlied.

West-Europa heeft een lange traditie als het gaat om zingen. Een van de oudste vormen van onderwijs is de uit het Pauselijke Rome afkomstige zangschool, de zogeheten Schola Cantorum. Vanaf ongeveer 700 na Christus werden jongens met uitstekende stemmen, vooral de weeskinderen, daar opgeleid om te zingen tijdens kerkdiensten. In navolging daarvan werden in de rest van Europa scholen opgericht met kerkzang als hoofdvak.

Ook in Nederland maakt muziek al sinds het jaar 700 deel uit van leerplannen van scholen, zij het van informele aard.

In 1857 werd zingen op alle Nederlandse basisscholen als verplicht vak ingevoerd. Oorspronkelijk waren de liederen die de kinderen geleerd werden voornamelijk religieus, later kwamen daar volksliedjes en speciaal voor kinderen gecomponeerde liedjes bij. Dat waren soms liedjes met een moralistische tekst, andere gingen over de natuur of de koninklijke familie.

Daarnaast gingen canons deel uitmaken van het schoolliedrepertoire (Jan Breimer, 2005). Tegenwoordig zingen kinderen niet alleen die ‘schoolliedjes’ maar ook graag popsongs.

Anno 2020 worden er echter nog steeds liedjes speciaal voor kinderen geschreven. Zo verscheen onlangs de nieuwe liedbundel van Jeroen Schipper: ‘De Operapiraat’ (zie recensie op bladzijde 17).

Help mee de Canon van het Nederlandse Kinderlied te maken door de vragenlijst in te vullen die ik speciaal daarvoor heb opgesteld - zie button hieronder. Ik ben reuze benieuwd, alvast bedankt!

Vragenlijst Canon van het Nederlandse Kinderlied

Om tot deze Canon van het Nederlandse Kinderlied te komen, vragen we u, zowel leden als niet-leden van Gehrels Muziekeducatie – pedagogisch medewerkers, leerkrachten, vakspecialisten muziek, vakleerkrachten, en opleiders en studenten aan pabo’s en conservatoria – aan te geven welke liedjes er volgens u in de Canon van het Nederlandse Kinderlied moeten worden opgenomen.

Daarbij zijn we benieuwd naar uw voorkeur voor liedjes die anno 2020 in de basisschool en het kinderdagverblijf gezongen kunnen worden en welke liedjes uw eigen ‘alltime favourites’ zijn.

Er zijn uiteraard liedjes die mensen graag zingen, of waar zij goede herinneringen aan hebben, maar die niet meer geschikt zijn om in de basisschool en het kinderdagverblijf te zingen.

De Canon van het Nederlandse Kinderlied zal in De Pyramide van januari 2021 bekend worden gemaakt.

 

Referentie

Jan Breimer: 'In vogelvlucht door de geschiedenis van "school en lied"’. In: Liedbundel Klankkleur, p13-31. Uitgave Gehrels Vereniging, 2005.

* Voetnoot

Dit is dus iets anders dan de vijftig kinderliedjes voor groep 6 tot en met 8 met teksten over de onderwerpen van de Canon van Nederland, geschreven door diverse bekende kindertekstschrijvers, op muziek gezet en gearrangeerd door Majel Lustenhouwer. In de bovenbouwles van De Pyramide van februari 2020 is uit deze serie het lied over Hugo de Groots ontsnapping uit Slot Loevestein gebruikt. Zie canonliedjes.nl.

Daarnaast is er in 2015 een ‘verkiezing van Het Nederlandse kinderlied’ geweest, voor het European Union Songbook. Het lied Dikkertje Dap heeft die verkiezing gewonnen, maar het accent lag daar op de populariteit van het lied in het algemeen, niet op liedjes die gebruikt kunnen worden in school en kinderdagverblijf. Zie eu-songbook.org

Michel Hogenes is docent aan de pabo van De Haagse Hogeschool en de opleiding Docent Muziek en de Master Kunsteducatie van Codarts. Daarnaast is hij voorzitter van Gehrels Muziekeducatie.

Reacties

Interessante actie! Ik ben heel benieuwd naar het resultaat. Als je nog inspiratie zoekt voor kinderliedjes die in aanmerking zouden komen, dan is de liederenbank misschien een aardige database om in te zoeken.

Canon van het Nederlandse Kinderlied

Michel,

Allereerst enkele vragen. Betreft het louter liederen die, volgens aloude regels, onbegeleid gezongen moeten kunnen worden? Mogen buitenlanders zoals De Stoomboot, De Dennenboom & Stille nacht meedingen?

Groet,

Joep

Beste Joep,

Bedankt voor je vraag! Wat mij betreft komen alle liedjes in aanmerking voor de canon. Dus ook Sinterklaas- en kerstliedjes. In de uiteindelijke canon worden die liedjes opgenomen die het meest door inzenders naar voren zijn gebracht.

Waar ik persoonlijk heel nieuwsgierig ben is het verschil in keuze van jonge en iets minder jonge inzenders. Ik kan me voorstellen dat startende leraren van nu een andere top 10 samenstellen dan de collega's die net als ik 25 jaar geleden als leerkracht of vakleerkracht startten met werken.

Met vriendelijke groeten,

Michel

De Canon van het Nederlandse Kinderlied

Michel,

Enige tijd terug maakten Jan Breimer en ik het register op liederen uit De Pyramide vanaf begin 1993 tot en met het einde van 2018. Een totaal van 2.160 liedjes, waaronder onvermijdelijk een aantal doublures. Bij het samenstellen kwamen wij allengs tot de ontdekking dat het gros van de liedjes tot de zogeheten eendagsvliegen gerekend mag worden. De liedjes zeiden ons eigenlijk niets meer. Slechts uitzonderingen zullen blijven hangen in de kwaliteitszeef en doorstaan daardoor de tand des tijds. Hetzelfde lot is overigens de inhoud van de meeste liedbundels beschoren. Toch zijn er uitzonderingen. Ik noem de bundeltjes 'Kleuterdeuntjes' en 'Zingen in de kring' van Herman Broekhuizen. Die hebben zich in de loop der jaren ruimschoots bewezen. Bij compilatiebundels is het aantal blijvertjes groter, maar dat is vanzelfsprekend. Hier is bij het samenstellen namelijk al een verantwoorde selectie gemaakt. Jij schrijft dat de tien liedjes die het meest gekozen worden de canon gaan vormen. Dat hoeven echter niet per se de beste liedjes te zijn. Mijn primaire uitgangspunt is dat een lied onbegeleid aangeleerd en gezongen moet worden. Zo kun je alle aandacht richten op ademhaling, ademsteun, articulatie en zuiverheid. Je kunt daarnaast gebruik maken van inzingoefeningen en zelf tempo en toonsoort bepalen. Tevens dient een lied geschikt te zijn voor Muzikale Vorming (Gehrels – ik kom hier binnenkort op terug). Alleen zingen is een wel erg schrale invulling van een muziekles.

Mijn advies tenslotte: laat deskundigen de binnengekomen lijstjes tegen het licht houden en de vermelde liedjes op merites beoordelen.

Groeten vanuit de Over-Betuwe.

Reactie toevoegen

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwbsrief en ontvang ongeveer zes keer per jaar nieuws over onze artikelen, lessen, en professionaliseringsdagen.