Meespeelpartituur, méér dan leuk

Auteur: 
Suzanne Kratsborn
Illustraties: 
MusicaMusic SSR en Musication
Verschenen in Pyramide: 

Welke muziek je ook zoekt, het is via diverse streamingkanalen beschikbaar. Er zijn veel aanbieders die hierbij aantrekkelijk uitziend videomateriaal hebben gemaakt voor gebruik in de basisschool. Maar hoe zet je dat materiaal op een didactische manier in? Hoe maak je keuzes in het grote aanbod?

Spring naar voorbeeld 1 'Dance Monkeys' van meespeelfilmpjes of naar voorbeeld 2, 'Les toréadors'
Spring naar 'Didactiek bij een meespeelpartituur'
Spring naar de voorbeeldles

Zoek in YouTube eens op de term ‘meespeelpartituur’ of ‘play along’. Je krijgt verschillende muziekfilmpjes te zien waarin een klassiek stuk of een popnummer te horen is terwijl er in beeld symbolen verschijnen. Die symbolen staan voor klanken van bodypercussie, ritme-instrumenten of boomwhackers die op een bepaald moment bij de muziek moeten klinken. Het ziet er aantrekkelijk uit, lijkt voor zich te spreken en is zo een laagdrempelige manier om kinderen muziek te laten maken.

Het afspelen van zo’n filmpje op het digibord in de klas en de kinderen laten meespelen is niet vanzelfsprekend ook goed muziekonderwijs. Ik merk dat leerkrachten (in opleiding) vaak te snel naar het eindresultaat gaan en de kinderen te snel laten meespelen met het filmpje, zonder dat zij muzikaal bewustzijn hebben ontwikkeld.

Tegelijkertijd bieden deze filmpjes wel de kans om in te zetten in een goede muziekles. In dit artikel ga ik in op de diverse muzieknotaties en op manieren om met dit lesmateriaal een passende lesopbouw te maken en doelgericht te werken.

Een meespeelpartituur is een grafische of traditionele notatie die moet worden uitgevoerd terwijl de daarbij behorende muziek klinkt.

Notatie – twee voorbeelden

Vaak wordt in meespeelpartituren een grafische notatie gebruikt: een notatie met symbolen. In de filmpjes wordt aangegeven wanneer welk symbool klinkt en vooraf wordt een ‘legenda’ getoond: welk symbool hoort bij welk instrument of welke bodysound.

In sommige meespeelpartituren wordt traditionele notatie gebruikt: muzieknoten. Vaak zijn deze zo passend bij de muziek dat deze notatie goed te volgen is, ook voor wie geen noten kan lezen. In de filmpjes verschilt de manier waarop deze notatie in beeld wordt gebracht. De ene notatie verschaft meer inzicht in de structuur van muziek dan de andere.

In de onderstaande twee voorbeelden heeft de maker verschillende vormen van notatie gebruikt, waarbij de ene kinderen meer inzicht verschaft in de tijdlijn die muziek heeft dan de andere:

Voorbeeld 1: Dance Monkey van Tones & I

met bodypercussie. Video van MusicaMusic SSR.

In dit filmpje verschijnt de traditionele notatie in beeld met grafische notatie die de bodypercussie aangeeft, zie afbeelding 1.

Afbeelding 1. Uit meespeelpartituur 'Dance Monkeys' van Tones & I, MusicaMusic SSR
Afbeelding 1. Uit meespeelpartituur 'Dance Monkeys' van Tones & I, MusicaMusic SSR

Er zijn steeds vier maten in beeld waardoor je deze vier maten vooruit kunt denken en kijken. Rechtsonder in beeld is nog te zien hoe de ritmes uitgevoerd moeten worden.

NB De halve noten die in de partituur genoteerd staan in het begin, zijn eigenlijk niet precies halve noten. De tweede halve noot van de maat wordt net iets eerder gespeeld in de muziek en dus ook in de bodypercussie.

Afbeelding 2. Uit meespeelpartituur 'Les toréadors' van Musication
Afbeelding 2. Uit meespeelpartituur 'Les toréadors' van Musication

Voorbeeld 2: Les Toréadors

uit 'Carmen' van George Bizet

Met ritme-instrumenten. Video van Musication.

Hier wordt gebruik gemaakt van vier verschillende symbolen, ieder horend bij een ander ritme-instrument. De notatie loopt niet van links naar rechts, maar van boven naar beneden en dat geeft een heel ander effect. Er is geen tijd om overzicht te krijgen wanneer je speelt, de gekleurde symbolen blijven bewegen. Je moet focussen op het symbool dat jij moet spelen.

Kinderen zullen dit eerder associëren met gamen: zodra het symbool op de witte lijn is, moet je spelen. Ogen zijn belangrijker dan oren en zo vermindert (verdwijnt?) de muzikale ervaring. Het is belangrijk dit te beseffen en bewust te kiezen voor een notatie die past bij de kinderen in jouw klas.

Vragen vooraf

Een vraag die je jezelf kunt stellen bij de notatie in de filmpjes:

  • Welke notatie past bij je doelgroep? Wil je werken met traditionele notatie of juist niet?

En bij traditionele notatie:

  • Gebruik je dit filmpje om ritmes uit te voeren die de kinderen al kennen of leer je de kinderen ritmes aan door rondom dit filmpje de juiste muzikale werkvormen te kiezen?

Wat is voor jou belangrijk, wat is het muzikale doel bij gebruik van dit filmpje?

Lesopbouw

De muzikale activiteit van kinderen bevindt zich op het snijvlak van muziek beluisteren en muziek maken. Beide activiteiten ondersteunen elkaar in het ervaren van muziek. Voor de lesopbouw maak ik daarom gebruik van een didactische aanpak horend bij deze muzikale activiteiten.

Daarnaast is het van wezenlijk belang een muzikaal doel voor de les te bepalen. Dit maakt je bewust van de leerinhoud en geeft je focus bij het ontwerpen van de leeractiviteiten.

Klik naar de voorbeeldles  

Didactiek bij een meespeelpartituur

Doel

Bepaal welk aspect van klank, vorm en/of betekenis centraal staat in je les en welk doel je wilt dat de kinderen behalen. Kies vervolgens je didactische aanpak. Ik kies in dit artikel voor onderstaande aanpak.

Muziek luisteren, didactische aanpak:

Om de kinderen inzicht in de muziek te laten verkrijgen, is het belangrijk dat ze deze muziek eerst leren kennen. Geef daarom voordat je de muziek aanzet luisteropdrachten zodat ze gericht naar de muziek gaan luisteren. De opdrachten zijn gericht op klank, vorm en/of betekenis van de muziek. Hoe beter de kinderen de muziek kennen, hoe bewuster ze zich van die muziek blijven als ze gaan meespelen.

Muziek maken, didactische aanpak:

Van-allen-naar-een-didactiek.

Je oefent met de hele klas, iedereen is muzikaal actief en doet muzikale inzichten op. Gebruik van bodysounds is hierbij een passende werkwijze. Vervolgens vervang je de bodysound door een instrument. Dat kunnen uiteraard ook twee of meer (dezelfde) instrumenten zijn. Dus van oefenen met zijn allen, naar uitvoeren op een instrument door een (of enkele) kinderen.

(Bron: Muziek Meester!, Rinze van der Lei, Frans Haverkort en Lieuwe Noordam, ThiemeMeulenhoff bv, 2015)
Terug naar voorbeelden

Voorbeeldles met meespeelpartituur:

Willem Tell

Een voorbeeld van een lesopbouw waarin de van-allen-naar-een-didactiek wordt gebruikt (zie kader hierboven). Hierin staat een deel uit de ouverture Willem Tell van Rossini centraal. Deze meespeelpartituur komt van het YouTube-kanaal Musication van Jan Vink.

Link: Willem Tell-meespeelpartituur

Doel

Het doel bij het uitvoeren van deze meespeelpartituur zou kunnen zijn: de kinderen kunnen met bodysounds en ritme-instrumenten in de maat en in het juiste tempo meespelen met de klinkende orkestmuziek (Ouverture Willem Tell van Rossini).

Luisteren

Als voorbereiding op het meespelen van muziek is het belangrijk dat de kinderen deze muziek leren kennen. Daarom start de les met het luisteren naar de muziek. Zonder filmpje, zodat de kinderen echt moeten luisteren naar de muziek en niet afgeleid worden door beelden. Stel daarbij gerichte luistervragen.

Ik gebruik hiervoor niet de muziekopname van het Musication-filmpje. De oplettende luisteraar heeft het vast gehoord: dit is een elektronische versie, hier is geen echt symfonieorkest te horen.

Gebruik bijvoorbeeld deze versie, waar wel een echt symfonieorkest is te horen: Rossini: William Tell Overture: Final

Laat de muziek horen tot 1’22 minuut. Stel hierbij de vraag: “Hoe vaak hoor je het thema?”

Om dit thema te kunnen herkennen laat je dat eerst apart horen [van 0’28 tot 0’33 is het thema te horen, direct herhaald vanaf 0’34 tot 0’39 en bij 0’58 tot 1’09 minuut komt het nog twee keer terug. In totaal is het thema vier keer te horen].

Laat het fragment nog eens horen en vraag welke instrumenten er meedoen waarvan kinderen de naam kennen. Er speelt een symfonieorkest dus alle orkestinstrumenten die kinderen noemen, zijn juist. Belangrijkste doel is dat de kinderen de muziek enkele keren horen en er gericht naar luisteren.

Dit kun je uitbreiden met andere vragen, bijvoorbeeld over de betekenis van de muziek: wat zie je voor je? Als er een film bij deze muziek hoort, waar gaat die film dan over? Je kunt het verhaal van Willem Tell aan de kinderen vertellen.
 

Maatgevoel

Laat de kinderen vervolgens zachtjes meetikken in de maat van de muziek met hun vingers op tafel. Doe zelf ook mee. Loop door de klas, tik af en toe even mee op de tafel van een kind, bijvoorbeeld een kind dat niet vanzelf de maat te pakken heeft. Dit is een belangrijke voorbereiding op het uiteindelijke meespelen. Ook dat moet in de maat gebeuren.

Notatie

Laat nu de notatie van het thema zien.

(vervolg tekst onder de afbeelding)
Notatie van het thema van Willem Tell in het Musication-filmpje
Notatie van het thema van Willem Tell in het Musication-filmpje

Laat het thema nog eens horen en vraag de kinderen hoe de notatie bij het thema past. [Feitelijk staan hier vier maten genoteerd, waarbij de rode symbolen een kwartnoot voorstellen, de gele symbolen achtste noten (na het laatste gele symbool hoort dan nog een achtste rust) en de groene een halve noot.]

Bodysounds

Vervolgens voer je bij het thema de notatie uit met body-sounds.

 = knie

 = klap

 = arm in de lucht

Je kunt de klas in drie groepen verdelen of iedereen de drie bodysounds laten uitvoeren. Dat is wel te doen. Op deze manier oefen je de meespeelpartituur stap voor stap in en laat je elk kind in de klas oefenen. Uiteindelijk laat je het geheel door instrumenten uitvoeren.

Instrumenten

Bij deze meespeelpartituur wordt niet vooraf een legenda voor de muziekinstrumenten getoond. Logischerwijs is het rode symbool een zwaardere klank zoals een handtrom, het gele symbool wat lichter, bijvoorbeeld een woodblock, en het groene symbool langklinkend zoals een triangel. Dat past bij de klinkende muziek.

Vervolgens komen in het verdere verloop nog twee symbolen voor, die elkaar bij de muziek soms best snel afwisselen. Ook hier kun je een schermafdruk maken. Vraag de kinderen hoe ze denken dat de muziek zal klinken bij deze notatie. Hiermee bevorder je het klankvoorstellingsvermogen (je de klanken kunnen voorstellen bij het zien van de notatie) en daarmee het inzicht in de muziek.

De meespeelpartituur eindigt met dit beeld:

(vervolg tekst onder het plaatje):
Notatie uit de meespeelpartituur Willem Tell (eind).
Notatie uit de meespeelpartituur Willem Tell (eind).

De uitvoering hiervan spreekt niet voor zich. Vraag de kinderen hoe het zou kunnen klinken [geel en rood klinken tegelijk, twee keer na elkaar, vervolgens klinken er drie, vier en uiteindelijk klinken vijf klanken tegelijk].

Deel vervolgens ook instrumenten uit bij het blauwe en grijze symbool. Neem hiervoor kortklinkende instrumenten. Beslis voor jouw groep of je meer momenten uit de mee-speelpartituur moet voorbereiden.

Organisatie

Het is handig om de instrumenten zo uit te delen dat er in de klas een soort orkest ontstaat: kinderen met hetzelfde instrument zitten bij elkaar. Ik deel de instrumenten zelf als volgt uit: stel, je hebt vijf groepjes in de klas, dan zorg ik dat ik van elk instrument twee exemplaren heb.

In het meest linkse groepje in de klas deel ik de instrumenten uit die horen bij rood, het groepje ernaast geel, daarnaast groen. In het thema wisselen deze instrumenten elkaar af in de volgorde rood, geel, groen en op deze manier kan ik dat ook goed aangeven. Vervolgens een groepje blauw en het laatste groepje grijs.

Ik laat kinderen hun instrument binnen het groepje wisselen. Daarbij geef ik aan: ik tel tot drie en als ik bij drie ben is het instrument gewisseld en is het stil. Dat scheelt een hoop tijd en het tempo waarin je telt, kun je aanpassen aan de situatie. Maak er een spel van, welk groepje heeft het voor elkaar om dit in drie tellen geregeld te hebben.

Uitvoeren

Kinderen klaar: stil en met het instrument in de aanslag. Film aan en spelen maar. De eerste (paar) keren dirigeer je de klas: je geeft de inzetten aan. Daarvoor moet je de meespeel-partituur zelf goed (uit je hoofd) kennen.

Je staat op een centraal punt in de klas. Kinderen moeten zowel jou als de notatie kunnen zien. Net als in een orkest waarin de orkestleden ook naar hun bladmuziek kijken en de dirigent in het oog moeten houden. Kinderen zonder instrument spelen de bodysounds mee van het symbool van hun groepje.

Evaluatie

Zorg dat je zelf goed luistert naar het klinkend resultaat: klinken de juiste instrumenten op het juiste moment? Wordt er in de maat en in het juiste tempo gespeeld? Oftewel: hebben kinderen hun oren open of zijn ze puur gericht op beeld? Door de eerdere activiteiten deze les zou je verwach-ten dat ze luisteren naar de muziek, maar niets is zeker, dus blijf alert.

Daag kinderen ook uit om met hun groepje (dat bij hetzelfde symbool hoort) exact gelijk te spelen. Het laat kinderen alert zijn en daardoor verbetert het resultaat direct. Eventueel kun je een opname maken van de musicerende klas. Dat geeft de kinderen een moment van extra concentratie en ze kunnen zichzelf terug horen en hier als groep op terugblikken.

Conclusie

Als je rondom het aantrekkelijke filmmateriaal dat zoveel voorhanden is doelgerichte en stapsgewijze muzikale leeractiviteiten ontwerpt, dan zijn deze filmpjes fantastisch materiaal om te gebruiken in de muziekles. Heel veel plezier ermee.

Suzanne Kratsborn is muziekdocent aan de pabo en post-hbo Vakspecialist Muziek van Fontys Hogeschool Kind en Educatie in Tilburg.

Reacties

Reactie toevoegen

Lees ook

Interview
Jan Vink aan het werk in zijn studio

Boomwhackers maken tegenwoordig deel uit van het vaste schoolinstrumentarium. Interview met Jan Vink, een van de pioniers in het maken van meespeel-filmpjes voor boomwhackers.

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwbsrief en ontvang ongeveer zes keer per jaar nieuws over onze artikelen, lessen, en professionaliseringsdagen.