TEKST: ELLEN BOTHOF
De afgelopen decennia is er veel veranderd in het Nederlandse basisonderwijs. Taal, lezen en rekenen namen steeds meer tijd in beslag, terwijl de ‘vormende’ creatieve vakken langzaam van het programma verdwenen. Dagelijks zingen en wekelijks muziek maken is al lang niet meer vanzelfsprekend. Daardoor ontbreken er nu een aantal onzichtbare, maar essentiële schakels in de taalontwikkeling van onze kinderen.
Krachtig hulpmiddel
De verklaring ligt in de werking van onze hersenen. Aan de linkerkant ligt het gebied van Wernicke (taalbegrip) en gespiegeld aan de rechterkant het muziekcentrum. Deze hersengebieden zijn met elkaar verbonden op het gebied van taal. Als wij met elkaar spreken worden de woorden naar links (Wernicke) en de emotie, klemtoon, woordmelodie en zinsmelodie naar rechts gestuurd (muziekcentrum). Tijdens het samen zingen worden beide hersengebieden gestimuleerd. Erik Scherder (2024) wijst op deze verbinding tussen muziek en taal. De hersengebieden die zowel taal als muziek verwerken wisselen tijdens het zingen voortdurend informatie uit, het zijn overlappende systemen. Dit maakt zingen tot een krachtig hulpmiddel om de taalontwikkeling te stimuleren.
Klanken onderscheiden
Leren lezen is een ingewikkeld proces, waarbij je leestekens verbindt aan klanken. Voordat je dat kunt, zul je de klankgrens tussen letters moeten kunnen horen. Dat vraagt heel secuur kunnen luisteren, maar de complexiteit daarvan wordt onderschat. In de Nederlandse taal ligt bijvoorbeeld de klank van de ene of de andere ‘o’ soms ver uit elkaar. De ‘o’ en de ‘oe’ liggen qua klank regelmatig dichter bij elkaar, maar zijn qua letterbeeld juist anders. En als je de klankgrens tussen letters niet goed kunt horen, hoe kun je ze dan koppelen aan het juiste letterteken? Secuur kunnen luisteren is dus essentieel voor goed leren lezen. Dat vereist actieve training van het auditieve systeem, juist in de kindertijd.
Verder lezen? Download dan gratis het artikel van Ellen Bothof.

