In een opiniestuk op LKCA, eerder gepubliceerd in Trouw, schrijft Lies Colman dat voor sporteducatie een heldere publieke infrastructuur bestaat, met expliciete rijksregelingen, gemeentelijke programma’s en een eigen beleidskolom. ‘We investeren daarin omdat we weten dat jeugdsport leidt tot gezondere kinderen, sociale vaardigheden en, aan de top, tot sporters die Nederland internationaal vertegenwoordigen. Muziekeducatie is anders dan sport: er is geen vaste landelijke financiering, geen eenduidige verantwoordelijkheid en weinig zicht op waar het wel of niet gebeurt. Sport heeft naast school een tweede publieke pijler – clubs en gemeentelijke regelingen – die aanbod en doorstroom organiseert.’
En dat is volgens haar opmerkelijk, want juist bij activiteiten die vroeg beginnen, maakt infrastructuur het verschil. ‘Voor muziekeducatie is geen vaste landelijke financiering, geen eenduidige verantwoordelijkheid en weinig zicht op waar het wel of niet gebeurt. Sport heeft naast school een tweede publieke pijler – clubs en gemeentelijke regelingen – die aanbod en doorstroom organiseert. Muziek mist die basis. Daardoor hangt muziekonderwijs te vaak van toeval af, en wat van toeval afhangt, is kwetsbaar. En dat is opmerkelijk, want juist bij activiteiten die vroeg beginnen, maakt infrastructuur het verschil.

