Auteur:
Julia Heuwekemeijer en Louise van den Broek
Verschenen in Pyramide:
De vijf dimensies binnen World Music Pedagogy
Prof. Patricia Shehan Campbell onderscheidt vijf dimensies binnen World Music Pedagogy. Samen bieden ze een raamwerk dat het mogelijk maakt om lessen te geven over muziek- en cultuuronderwerpen uit alle hoeken van de wereld.
- Aandachtig luisteren
Bij de eerste kennismaking met een muziekgenre of een specifiek muziekstuk luisteren de leerlingen met behulp van een aantal gerichte vragen over melodie, ritme, klankkleuren, instrumenten, stemmen, vorm of functies. Ze luisteren een aantal keer naar hetzelfde korte muziekfragment van zo’n 30 tot 60 seconden. Dit kan een audio-opname of een filmpje zijn, maar je kunt als docent ook zelf zingen of spelen. Vóór het luisteren stel je elke keer een specifieke vraag die vervolgens samen wordt besproken.
- Betrokken luisteren
Na de eerste oefening nodig je de leerlingen uit om tijdens het luisteren actief mee te doen. Dit kan onder meer door mee te zingen met de melodie of mee te klappen op een ritme of frase van de muziek. Ook kunnen ze een muziekregel uitproberen op een instrument. Het fragment wordt meerdere keren herhaald zodat leerlingen steeds vertrouwder raken met de muziek en tegelijkertijd de muzikale vaardigheden aanscherpen die nodig zijn om mee te zingen of mee te spelen.
- Activerend luisteren
In deze derde stap worden leerlingen uitgenodigd om het muziekfragment zelf uit te voeren. Eerst doen ze mee met de opname of live-uitvoering. Door de vele herhalingen krijgen ze de muziek geleidelijk onder de knie, zodat ze deze zelfstandig kunnen uitvoeren. Afhankelijk van de aard van de muziek kunnen leerlingen zingen of instrumenten gebruiken om ritmes, melodieën of harmonieën uit te voeren. Daarnaast kunnen ze worden uitgenodigd om een dans- of bewegingsvolgorde uit te voeren in combinatie met zingen en spelen. Een essentieel onderdeel van deze stap is reflectie: welke overeenkomsten en verschillen merken leerlingen op tussen luisteren en uitvoeren?
- Creëren
Nu is het tijd voor de leerlingen om zelf creatief aan de slag te gaan. Ze mogen nieuwe muzikale expressies ontdekken vanuit de stijl van de aangeleerde muziek. Dit kan inhouden dat er een inleiding, een afsluiting of overgangen aan de originele muziek worden toegevoegd of dat er wordt geïmproviseerd op enkele muzikale elementen. Ook is het mogelijk om iets nieuws te componeren. De opdrachten kun je zo groot en zo gek maken als je zelf wilt, maar je kunt het ook heel klein en eenvoudig houden. Voorbeelden zijn: - met de gebruikte toonladder of het melodische materiaal een eigen melodie creëren; - nieuwe teksten maken; - een specifiek ritme uit het stuk gebruiken en daar een percussiecompositie van maken.
- Integreren
Deze dimensie omvat de verbinding van de muziek met de cultuur waaruit deze voortkomt. Het doel is om leerlingen kennis te laten maken met de mensen en aspecten van hun land, hun geschiedenis, culturele waarden en sociale systemen. Je kunt hier vorm aan geven met behulp van vertalingen van gezongen teksten en het bieden van contextuele inzichten in de betekenis van de muziek – waarom deze klinkt zoals deze klinkt, en wanneer en waar de muziek wordt uitgevoerd. De culturele integratie kun je aan het begin van de muzikale ervaring introduceren, verweven met de andere vier dimensies of bewaren voor het einde. Dit hangt af van hoe je de les vorm wilt geven en van de nieuwsgierigheid van de leerlingen.
Julia Heuwekemeijer is muziekdocent PO en VO en bestuurslid van Gehrels Muziekeducatie; Louise van den Broek is hoofdredacteur van De Pyramide.

