Baby’s tonen muzikaliteit vanaf de geboorte

Honing beschrijft hoe twintig jaar onderzoek binnen de psychologie, neurowetenschappen, biologie, genetica en diercognitie het wetenschappelijke begrip van de oorsprong van muziek hebben veranderd. In plaats van muziek te bestuderen als een cultureel product, zouden onderzoekers zich moeten richten op muzikaliteit: het vermogen van de mens om gestructureerd geluid waar te nemen, te produceren en ervan te genieten.

Biologische aanleg 

Eén van de sterkste bewijzen komt uit onderzoek bij baby’s. Studies laten zien dat pasgeborenen ritmische patronen kunnen herkennen, bepaalde melodische contouren de voorkeur geven en verwachtingen vormen over timing en toonhoogte - ruim voordat ze taal oppikken. “Deze vermogens ontstaan spontaan”,  zegt Honing. “Baby’s reageren op ritme en melodie zonder dat ze dat aangeleerd is. Dat wijst er sterk op dat we geboren worden met biologische aanleg voor muzikale structuur.’

Intuïtief begrip 

In verschillende culturen laten kinderen een intuïtief begrip van muzikale organisatie zien, zelfs binnen zeer uiteenlopende muzikale tradities. Hoewel muziek wereldwijd sterk varieert, keren bepaalde patronen – zoals veelvoorkomende toonhoogterelaties en ritmische structuren – steeds terug. Honing: “Deze overeenkomsten zijn waarschijnlijk geen toeval. Ze wijzen op gedeelde cognitieve voorkeuren, manieren waarop onze hersenen geluid van nature ordenen.”

Muzikale wezens

De implicaties van het onderzoek reiken verder dan de vraag waarom we van muziek houden. Onderzoek naar muzikaliteit kan bijdragen aan behandelingen voor taalstoornissen, motorische beperkingen en problemen met emotieregulatie, en kan richting geven aan nieuwe benaderingen in onderwijs en welzijn. Het groeiende bewijs suggereert dat muziek niet slechts een cultureel fenomeen is, maar een fundamenteel onderdeel van de menselijke natuur. “Het besef dat muzikaliteit een kerncapaciteit van onze biologie is, verandert hoe we onszelf zien”, concludeert Honing. “Wij zijn van nature muzikale wezens.”

Bron: uva.nl