Zeven manieren om een lied aan te leren

Auteur: 
Maite Roest
Verschenen in Pyramide: 

Meteen naar

In de juiste modus

Om lekker te kunnen zingen is het belangrijk dat je je op je gemak voelt. De knieën van het slot zodat je er nog wat mee kunt wiebelen, hoofd recht, ontspannen gezicht, trotse houding. Staan in een kring heeft de voorkeur; in een kring is iedereen even belangrijk en kun je goed luisteren en zien wat er in de klas gebeurt. Een leuke manier om kinderen in de juiste houding te zetten is ‘De Cowboy’.

Sta als een cowboy in het wilde westen, die klaar is om zijn tegenstander neer te schieten. Hoe sta je? Je voeten zijn een flink eind uit elkaar, je voelt dat je bovenbenen actief aangespannen zijn. Je handen hangen losjes langs je lijf, klaar om de revolvers te pakken. Je schouders en bovenlichaam zijn ontspannen zodat je snel kunt reageren. Zet nu je voeten iets dichter bij elkaar en je knieën iets minder gebogen. Zo sta je precies goed!

Tussen de lessen door liedjes herhalen terwijl de kinderen aan hun tafel zitten kan natuurlijk ook. Zorg dan dat ze rechtop zitten zodat de adem goed kan stromen en ze hun middenrif kunnen gebruiken. Een nuttige en makkelijke inzingoefening is “1, 2, 3, 4, 5”. In deze oefening hoeven de kinderen niet te zingen. Ze maken allerlei geluiden met hun stem. Bijna ongemerkt werken ze aan verschillende klankkleuren en stemtechnieken.

Ik noem de getallen van één tot en met vijf. Bij elk cijfer hoort een geluid en een beweging. Als ik ‘één’ zeg doe je alsof je een lieve kleine baby in je armen hebt en zeg je “ahhh”. Zorg dat je je mond goed opendoet als je “ahh” zegt en kijk naar de lieve baby in je armen.

Als ik ‘twee’ zeg zucht je diep en laat je daarbij je armen meebewegen. Doe net alsof je opgelucht bent tijdens het zuchten. Zodra ik ‘drie’ zeg pak je een denkbeeldige tennisbal en gooi je die zo ver mogelijk weg. Je roept “EY!” tijdens het gooien.

Het volgende cijfer is het lastigst. Ik doe het één keer voor en je doet het één keer na, daarna is het direct stil: Als ik het cijfer ‘vier’ zeg doe je alsof je iemand een beetje wilt pesten omdat je gewonnen hebt en zeg je ‘nènènènènè’ terwijl je wijsvingers over elkaar veegt.

Het laatste cijfer is vijf. Als je dit cijfer hoort laat het een sirene horen die omhoog en omlaag gaat. Je draait rondjes met je wijsvinger terwijl je ‘wiiiieeeeeee’ zegt. Nu zeg ik de cijfers door elkaar. Let goed op. En nu jullie! Noem om de beurt een cijfer, de klas laat horen.

De juiste (begin-)toon Speel je een begeleidingsinstrument zoals gitaar of ukelele? Begeleid de kinderen dan tijdens het zingen. Speel je geen instrument, vind je het lastig om toon te houden of voel je je oncomfortabel als je liedjes voorzingt? Gebruik dan vooral meezingversies (audio of video). Hieronder zie je hoe makkelijk of moeilijk je het jezelf als leerkracht kunt maken:

Moeilijkheidsgradaties in aanleren lied

Zorg ervoor dat het liedje dat je zingt met de groep geschikt is voor de leeftijd en dat iedereen tegelijk en op dezelfde toon begint. Wanneer je a capella zingt kun je een instrument of app gebruiken om de juiste begintoon te vinden.

Voordat je begint met zingen maak je een ‘klaarvoor- de-start’ gebaar, daarna een ‘omhoog-omlaag’ beweging. Meer heb je niet nodig. Je kunt de maat takteren, maar vaak is het genoeg om de puls te laten zien met je hand, of door met je hele lichaam mee te bewegen met het lied.

Eis stilte voor en na het zingen, zodat iedereen geconcentreerd en met de juiste energie en focus kan starten en nagenieten.

Terug naar 'In de juiste modus'

Zingen begint met luisteren

Probeer het lied zo vaak mogelijk in zijn geheel te laten horen voordat de kinderen mee mogen doen. Dit maakt dat ze de melodie en woorden zonder fouten instuderen. Om het lied te begrijpen en de focus bij het lied te houden kun je elke keer dat je het lied zingt een nieuwe luistervraag stellen zoals:

  • Hoe vaak wordt het woord … gezongen?
  • Uit hoeveel zinnen bestaat het lied?
  • Wat is de sfeer/emotie van het lied?
  • Waar denk jij dat het lied vandaan komt?
  • Welke taal is het?
  • Waar gaat het lied over?

Je kunt ook luisteropdrachten geven:

  • Ga staan als je het woord … hoort
  • Klap in je handen na het woord …
Terug naar 'In de juiste modus'

De 7 manieren

1. Weggeefmethode - I

Je zingt het lied steeds in zijn geheel voor. Kinderen mogen na een paar keer luisteren één woord of (stukje Meezingversie Instrumentale versie A capella Met begeleidingsinstrument van een) zin zingen. Jij zingt de rest. Naarmate je het lied vaker zingt mogen de kinderen steeds meer meezingen, totdat je het hele lied hebt ‘weggegeven’.

2. Papegaaimethode

Jij zingt een stukje voor, de kinderen zingen na. Voor jonge kinderen is deze methode sterk af te raden omdat ze dan het lied niet meer als geheel ervaren en de structuur niet begrijpen. Ingewikkelde liedjes in de bovenbouw kun je wel via de papegaaimethode aanleren. Lastige fragmenten kun je steeds voorzingen waarna de leerlingen jou nazingen en jij controleert of iedereen de juiste woorden en melodie te pakken heeft.

3. Beeldmethode

Heel geschikte methode voor jonge kinderen. Zorg dat je platen (op het DigiBord of analoog) hebt die de kinderen in de goede volgorde mogen leggen. Bij een liedje over de boerderij zie je bijvoorbeeld een plaatje van een hek een schaap en een kat. De kinderen luisteren in welke volgorde deze beelden voorkomen in het lied en leggen ze juist neer. Daarna kun je het liedje aan de hand van de platen zingen. Om de beurt mag één kind de platen aanwijzen tijdens het zingen.

4. Wegveegmethode - II

Zet het hele lied op het bord, of schrijf samen met de leerlingen zoveel mogelijk woorden op het bord die ze onthouden hebben tijdens het luisteren naar het lied. Gebruik het bord als geheugensteuntje tijdens het zingen. Veeg na elke keer dat ze het lied gezongen hebben een woord of zin weg. Uiteindelijk is het bord leeg en kennen ze het hele lied uit hun hoofd.

5. Groepjesmethode

Bij een lang lied of lied met meerdere coupletten kun je (oudere) kinderen in groepjes een stukje laten instuderen. Zo hoef je niet altijd klassikaal te werken tijdens het zingen en stimuleer je de samenwerking tussen kinderen. Zorg wel dat ze vooraf de melodie kennen of dat (enkele van) de leerlingen het zelf kunnen spelen op een instrument.

6. Bewegingenmethode

Zing het lied voor terwijl je direct bewegingen laat zien tijdens het zingen (samen met de leerlingen passende bewegingen bedenken kan natuurlijk ook). Zorg dat de kinderen eerst alle bewegingen kennen en laat ze daarna pas het lied meezingen.

7. Notatiequiz

Een leuke manier om een lied aan te leren, is door de melodie zonder de woorden op het bord te zetten. Dit kan met grafische notatie (streepjes hoog, laag, lang en kort die de melodie weergeven) of met traditionele notatie. Laat het lied horen en vraag de kinderen welk stukje bij welke notatie hoort. Op deze manier worden kinderen zich bewust van de toonduur en toonhoogte binnen de melodie, grote sprongen kun je niet alleen horen maar ook zien.

Lees verder onder de afbeelding

Terug naar 'In de juiste modus'
Meneer Marcel geeft muziekles. ©2020 Gehrels Muziekeducatie Foto: Maria van der Heyden
Meneer Marcel geeft muziekles. ©2020 Gehrels Muziekeducatie Foto: Maria van der Heyden
Terug naar 'In de juiste modus'

Vervolg

Yes! Het lied zit erin, hoe nu verder?

Als het lied eenmaal bekend is, kost het erg weinig tijd en moeite om even samen te zingen. Om het uitdagend te houden volgen hier een paar opdrachten:

  • Zing het lied zo zacht als je kunt;
  • Zing het lied zodat ze het aan de andere kant van de school ook kunnen horen;
  • Neurie het lied;
  • Zing het lied op joe/jaa/sii/lie/loo/… Laat de kinderen zelf een klank bedenken;
  • Begin langzaam en zing het lied steeds sneller;
  • Maak alle woorden heel kort of juist heel lang (staccato en legato zingen);
  • Articuleer overdreven goed/slecht tijdens het zingen;
  • Doe het radiospel. Een kind is de dirigent en zet de radio (de groep) hard, zacht of op mute (playbacken);
  • Vraag een (groepje) leerling(en) om het lied solo (als klein ensemble) te zingen.

Tips en suggesties bij canon zingen

  1. Zet de kinderen ver uit elkaar als je in groepen gaat zingen. Zodra het goed gaat, kun je ze langzaam dichterbij elkaar brengen. Vermijd dat ze hun oren dicht doen tijdens het zingen. Als ze dat doen zijn ze bezig om een kunstje uit te voeren en maken ze geen muziek meer. Het wordt pas muziek als ze naar elkaar kunnen luisteren en in dezelfde puls zingen.
  2. Start met één zin uit de canon (bijvoorbeeld uit ‘Vader Jacob’ de zin ‘Bim bam bom’) die de klas voortdurend herhaalt, zing zelf het hele lied er doorheen.
  3. Voer het uit als spreekcanon, zonder de melodie hoeven de leerlingen zich alleen maar op de woorden te concentreren.
  4. Koppel bewegingen aan het lied en voer het lied uit als bewegingscanon.
  5. Vermijd dat kinderen steeds harder gaan zingen om zichzelf te kunnen blijven horen. Met directiegebaren (bijvoorbeeld door je handen dichtbij elkaar te brengen of juist verder uit elkaar) kun je de groep laten variëren met zacht en hard.
  6. Als het echt goed gaat kun je ze om en om cijfers geven en zo helemaal door elkaar in groepen zingen.

Geraadpleegde bronnen en leestips:

Handleiding Zing ’es en Tijd voor muziek (Roeland Vrolijk en Leo Aussems). Muziek Meester! (Rinze van der Lei en Frans Haverkort)

Tip

Op YouTube staan veel inzingvideo’s. Zoek eens op ‘vocal warm-up’ en scroll door een enorme hoeveelheid meezingvideo’s die je kunt gebruiken voordat je met de klas begint aan een nieuw lied.

Terug naar Menu

Maite Roest is muziekdocent en redacteur van De Pyramide

Reacties

Reactie toevoegen

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwbsrief en ontvang onregelmatig nieuws over muziekeducatie, liedjes, lessen, professionaliseringsdagen, Gehrels Muziekeducatie en De Pyramide.